StadsForum 2017 – De Creatieve Stad

Het ene na het andere creatieve initiatief ziet in Tienen het levenslicht. Hoe kunnen we de creativiteit verder aanwakkeren en ondersteunen? Wat kan de rol van kunst en cultuur hier in zijn? En hoe kijken experts van buiten Tienen naar onze opportuniteiten? Het StadsForum 2017 gaat op zoek naar antwoorden. Stijn Devillé (OPEK, theatermaker voor Het Nieuwstedelijk) en Jef Van Eyck (coördinator Stadsfestival Turnhout 2012 en burgerbeweging De Koep) brengen hun verhaal en tonen ons wat creativiteit voor een stad of buurt kan betekenen. Daarna volgt een vraaggesprek waarbij lokale initiatieven aansluiten. Hoe willen zij hun werking verder uitbouwen? Wat zijn hun verwachtingen? Naar welke antwoorden zoeken zij? Afsluiten doen we op de tonen van Woozy Trooper en DJ Wim Van Aeken. De Tiense Wereldvrouwen zorgen voor overheerlijke hapjes uit alle windstreken en BarBuur komt langs met een heuse cava-bar.

PROGRAMMA
* 19u30: deuren openen met muziek van Thrive
* 20u: Stijn Devillé en Jef Van Eyck
* 20u45: vraaggesprek met lokale initiatieven (Kunstroute, Buurtbanken, Kweikersparade) en organisaties (Academie Regio Tienen)
* 21u: live rockmuziek door Woozy Trooper, gevolgd door zachte loungetonen van DJ Wim Van Aeken

Het StadsForum kadert in ParkLife 2017 en is een initiatief van opgewekTienen, AST 77, RISO Vlaams-Brabant i.s.m. Circus Atelier Salto, De Tiense Wereldvrouwen, BarBuur, Collectief Het Raam, Academie Regio Tienen, Vormingplus Oost-Brabant, TienenTroef, Thrive, Stijn Devilé, Jef Van Eyck, Woozy Trooper, Wim Van Aeken en Anneleen Giedts.

Van stadsdebat naar stadsproject

Artikel zoals verschenen in Oikos, maart 2015

Onder de werknaam “The Pattern Language of the city dream of Tienen” startte architectenbureau AST77 begin 2013 een casestudy – uitgevoerd door Santi Amaro Serrano (ESP) en Daniel Samiec (CZE) – over de kleinschalige stedelijke vragen van Tienen. Zijn niet-centrumsteden grote dorpen, kleine steden of wijken in Vlaanderen? Hoe kunnen niet-centrumsteden kwaliteit leveren met veel minder financiële middelen? Waarom spreekt men over niet-centrumsteden en niet over streek- of regiosteden? Ontbreekt het de niet-centrumsteden aan visie of aan ambitie? Waarom vallen niet-centrumsteden eerder tegen dan op?

Dit zijn vaak alledaagse vragen voor niet-centrumsteden zoals Lier, Geraardsbergen, Dendermonde, Geel, Waregem, Tienen en andere. Deze vragen worden niet alleen door de bevoegde instanties of beleidspersonen gesteld, maar ook door hun bewoners, gebruikers, investeerders of ondernemers waardoor er vaak een negatief zelfbeeld ontstaat over de stad.

Tegelijk dragen deze niet-centrumsteden een overschot aan potentiële kwaliteiten en opportuniteiten in zich,  waar er vandaag veel te weinig invulling wordt aan gegeven. Het zijn niet de grootschalige masterplannen of PPS-projecten die succesvol zijn, maar eerder de kleinschalige lokale initiatieven, projecten of investeringen die de stad kleuren.

“The Pattern Language of the city dream of Tienen [1]” heeft als doel een open debat op te starten rond “micro/meso initiatieven” die er moeten voor zorgen dat de leef- en woonkwaliteit in de stad versterkt wordt. Met een open databank kan er een uitwisseling ontstaan van ideeën tussen de verschillende niet-centrumsteden waardoor het leerproces van de ene stad een antwoord kan zijn voor de andere stad. Met dit onderzoek wil AST77 virtuele interventies tonen over hoe absurd de openbare ruimte vaak wordt behandeld. Dit ontwerpend onderzoek over de publieke ruimte resulteerde uiteindelijk in een eerste Tiens stadsdebat [2].

Het stadsdebat onder de naam ‘Kleine Steden, Kleine Projecten’ vormde een belangrijke katalysator voor verschillende Tiense onderstromen. AST 77, OpgewekTienen (burgerbeweging) en Riso Vlaams-Brabant (samenlevingsopbouw) zaten enkele weken later samen om na te denken over een vervolg op het stadsdebat. Als een debat over de publieke ruimte al meer dan 200 mensen op de been brengt, dan moet een actie in die publieke ruimte een geweldig potentieel hebben. De keuze viel op het stadspark, een symbolische plek tussen het station en de Grote Markt. Een park met een erg rijke geschiedenis, beschermd als stadsgezicht, maar met de laatste jaren een eerder negatief imago. Voor ons was het stadspark in eerste instantie het onderbenutte kloppende groene hart dat we symbolisch wilden reanimeren en waarvan we het potentieel aan inwoners en beleid wilden tonen. Al jaren konden/mochten er door de beschermde status geen activiteiten meer opgezet worden in het park. De stadsserre (als potentiële ontmoetingsplek) ligt er onderkomen bij (en staat bovendien onder druk van besparingen op de lijst van te verkopen patrimonium). Het groenonderhoud is beperkt en het rondslingerend zwerfvuil en verhalen over drugdealers maken dat heel wat inwoners het stadspark vermijden.

Centrale vraagstelling was: ‘Hoe maken we van het park opnieuw een geliefde ontmoetingsplek en hoe kunnen we gelijktijdig de historische en ecologische waarde versterken?’

Van meet af aan ging ParkLife 2014 over de ‘alledaagse stad’, de stad niet enkel als fysiek of architectonisch domein maar als sociaal, cultureel en politiek domein; de stad als object van alledaagse identiteitsvorming en het park als ontmoetingsplek, een plek waar gemeenschappelijke activiteiten worden georganiseerd, waar mensen samenkomen en kennis gedeeld wordt [3].

Tijdens de eerste editie van ParkLife waren de witte picknicktafels[4] de blikvangers. De door  bedrijven, zelfstandigen en middenveldorganisaties gesponsorde witte picknicktafels (15) moesten gedurende de maanden augustus en september inwoners uitdagen om in het park te komen vertoeven.

Samen met Jason van der Woude[5] plaatsen we een stadspaviljoen op de vijver. Een glazen huis opgetrokken uit recuperatieramen om de bezoekers uit te dagen om op een andere manier naar deze publieke ruimte te kijken.

Tussen april en begin augustus groeide ParkLife 2014 uit tot een netwerk van 60 organisaties, bedrijven en geëngageerde burgers; brachten 17 sponsors het nodige budget samen en zetten stad Tienen en Onroerend Erfgoed mee hun schouders onder het initiatief. 4  zondagen en woensdagavonden werden gratis activiteiten georganiseerd gaande van een picknick met 300 deelnemers, over workshops tuinieren, erfgoedwandeling, een spellendag, circus, tal van muziekoptredens, een kunstenparcours, een ruilmarkt en weggeefplein, poppentheater, een gedichtenwandeling en stadssafari[6], beweeginitiaties en de opening van een ruilbib.

Waarom ParkLife op zo’n korte termijn kon uitgroeien tot zo’n succes had te maken met:

  • De unieke combinatie van de drie initiatiefnemers: opgewekTienen (burgerparticipatie) – Riso Vlaams-Brabant (sociaal middenveld) – AST77 architecten- en ingenieursbureau (ruimtelijk onderzoek).
  • De locatie: het stadspark als open ontmoetingsplek en de eenvoud van de picknicktafel.
  • De brede en actieve participatie vanuit alle lagen van de bevolking en over verschillende sectoren heen.
  • Het open, ongedwongen, tijdelijke en niet-commerciële karakter van ParkLife.

Als initiatiefnemers formuleerden we ondertussen vijf belangrijke uitdagingen/kritische bemerkingen :

  • Hoe kunnen we ParkLife verder laten groeien, participatie van onderuit versterken en jongeren actiever betrekken? De door ParkLife opgezette tijdelijke bezetting van het stadspark had 2 belangrijke effecten. Het park werd intensiever gebruikt tussen de activiteiten door en op vraag van heel wat scholieren  bleven de picknicktafels in september staan. Tegelijk was er 1 minpunt, m.n. een vaste groep jongeren voelde zich verdrongen uit hun park.
  • Hoe kunnen we het ontstane netwerk gebruiken om het stadspark als sociale en ecologische plek te versterken en de ruimtelijke kwaliteit van verschillende plekken in de stad te verbeteren? De keuze voor het stadspark als eerste actieterrein was geen toeval; toch is het stadspark slechts één van de plekken in de stad waar te weinig aandacht is voor ruimtelijke kwaliteit, waardoor deze publieke ruimtes nauwelijks bijdragen tot een leefbare stad. Welke stappen willen/kunnen we verder zetten om hier in het kader van stedelijke ontwikkeling meer aandacht voor te hebben?
  • Wat doen we met de andere onderstromen in de stad? Hoe blijven we deze capteren en slaan we – al dan niet – bruggen tussen de verschillende bewegingen? ParkLife heeft ertoe bijgedragen dat heel wat uitwisseling ontstond tussen mensen en groepen die duidelijk een ander stedelijk beleid voorstaan en die elk op hun -manier klein of groot – initiatieven ontwikkelen met het oog op een duurzame stad, gaande van opstart van volkstuinen, initiatieven rond buurtgroen, aandacht voor fietsveiligheid in de stad, armoedewerkingen, initiatieven rond integratie en nieuwkomers, soepacties in het kader van voedselverspilling, geefpleinen, …
  • Hoe werken we aan een globale visie op de stad die van onderuit wordt opgebouwd en waar op termijn een politiek draagvlak voor ontstaat? Het eerste stadsdebat mag niet het laatste zijn. Waar het stadsdebat katalysator was voor ParkLife, willen we nagaan hoe het ParkLife-netwerk op zijn beurt katalysator kan zijn voor nieuwe stadsdebatten met mogelijks duurzame stadsprojecten als concreet uitvloeisel. We refereren hiervoor naar het Witboek Stedenbeleid[7]: “Stadsprojecten concretiseren de doelstellingen en dimensies van het stadsbeleid en het stadsdebat, (…) stadsprojecten ontdekken en verkennen ook nieuwe mogelijkheden, stellen concepten voor en sturen visies bij.”
  • Op welke manier kan ParkLife bijdragen tot een nieuwe relatie burger – overheid?ParkLife werd ontwikkeld door burgerinitiatieven, sociale bewegingen en ondernemers. Het was niet de stedelijke overheid die in eerste instantie het initiatief nam. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de onderlinge verhoudingen. Dergelijke participatie van burgers biedt kansen en opportuniteiten maar vraagt tegelijk een pro-actieve overheid.

ParkLife 2015 wil nog sterker inzetten op de ‘Toekomst van de stad’. Op welke manier willen wij in de stad leven? Hoe komen we samen tot een rechtvaardige samenleving? En hoe kunnen we onze ecologische voetafdruk verkleinen en tegelijk onze levenskwaliteit verhogen?

Daarom willen we met ParkLife 2015 het debat aangaan over volgende 4 stedelijke thema’s:

  • De creatieve stad – aandacht voor kunst en cultuur
  • De sociale stad – aandacht voor verschillende groepen in de stad
  • De ecologische stad – aandacht voor groen, natuur, voedsel,…
  • De ruimtelijke stad – aandacht voor de kwaliteit van de buitenruimte

Dirk Masquillier – Riso Vlaams-Brabant vzw
Philippe Liesenborghs – OpgewekTienen vzw
Peter Van Impe – AST77 architecten- en ingenieursbureau bvba

[1] Volgende publicaties liggen aan de basis van de huidige casestudy: Thesis “Tienen Tintelende stad?” (master thesis Stijn Creten) – Spontaneous Interventions: design actions for the common good (USA paviljoen architectuur biënnale 2013 Venetië) – Flemish metropolitan dream (Vlaanderen voor de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam IABR) – Kleine steden, grote plannen (Symposium Vlaams Brabant) – A Pattern Language of Christopher Alexander (publicatie 1977) – BXL 100 (publicatie 2008 URA)
[2] See more at: http://art-77.be/Thinktank/T04#sthash.AGYqHJYY.dpuf
[3] www.parklife.be; ParkLife staat voor P(icknick)  a(koestisch)  r(ecreatie) k(unst) l(ezing)  i(maginatie) f(auna en flora) e(rfgoed).
[4] Picnic Tables as Pure Architecture and Why Bernard Tschumi Would Love Them; http://architizer.com/blog/why-im-thankful-for-picnic-tables/
[5] www.telosproductions.eu
[6] Stadssafari is een wandeling langs vergeten/ verwaarloosde /slecht benutte publieke ruimten in de stad.
[7] Boudry,L., e.a. (2003). De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden. Witboek. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.